Intolerantie
Sommige kinderen zijn overgevoelig voor bepaalde voedingsmiddelen. Er is dan geen sprake van allergische reacties, maar het lichaam reageert wel op bepaalde voedingsmiddelen. Bekende vormen van intolerantie zijn lactose-intolerantie en glutenintolerantie.
Lactose-intolerantie
Bij lactose-intolerantie is er in de darmen een tekort aan het enzym lactase. Lactase is nodig voor het verteren van lactose, een melksuiker dat in koemelk en moedermelk zit. Het onverteerde lactose geeft soms klachten, zoals: overgeven, diarree, winderigheid en buikpijn.
Lactose in moedermelk
Het komt voor dat baby's vanwege lactose-intolerantie geen moedermelk verdragen. Gelukkig is dit maar zeer zelden het geval. Je kunt het best met je baby naar de huisarts of het consultatiebureau gaan, als je vermoedt dat je baby hier last van heeft. Heeft de kinderarts de diagnose lactose-intolerantie gesteld, dan kan een diëtist je adviseren over een goede vervangende voeding voor je baby.
Glutenintolerantie
Gluten is een eiwit dat voorkomt in granen zoals tarwe, rogge, haver en gerst. Gluten zitten in:
- brood;
- pasta (zoals macaroni en spaghetti);
- koekjes;
- pap die gemaakt is van tarwe.
Bij kinderen met een glutenintolerantie wordt de dunne darm beschadigd en werkt hierdoor minder goed. Als je baby op vast voedsel overgaat, waaronder brood en pap, dan kun je gaan merken of je kind glutenintolerantie heeft. De klachten kunnen variëren van diarree tot onvoldoende groei.
Glutenvrij dieet
Een kinderarts kan na een aantal onderzoeken vaststellen of er sprake is van een glutenintolerantie. Glutenintolerantie wordt ook wel coeliakie genoemd. De enige remedie tegen coeliakie is een glutenvrij dieet. Een diëtist kan je helpen om voeding te kiezen die geen gluten bevat. Het Voedingscentrum heeft lijsten van merkartikelen die je kunt gebruiken om levensmiddelen te selecteren, waar je kind geen last van krijgt.

